Alexander Koene
insights
03-06-2026
Artikel: Waarom je favoriete reclamebureau omvalt?
KesselsKramer, BSUR en Woedend! vielen om. Lees waarom roemruchte reclamebureaus verdwijnen, wat AI verandert en hoe een bureau wél toekomst heeft.
Waarom je favoriete reclamebureau omvalt?
De grote creatieve bureaus vallen om, met een klap of in stilte: KesselsKramer, BSUR en Food Cabinet hier, JWT en Crispin Porter + Bogusky internationaal. Dat is geen pech; het is de rekening voor één denkfout: de wetmatigheid van bereik verwarren met de zendlogica van de tv-spot. De meeste bureaus verhuisden allang naar social en digital, maar namen de monoloog gewoon mee. De kijker is versplinterd, de opdrachtgever zit zelf aan de knoppen, onbetaalde pitches slopen de cashflow en AI maakt het maken bijna gratis. Daardoor verschuift de waarde naar wat AI niet kan: begrijpen hoe mensen voelen, kiezen en zich gedragen, en daar richting aan geven. Wie als bureau wil blijven bestaan, rekent op waarde in plaats van uren, blijft klein en dicht op de beslisser, en zet AI en agentic werken in het hart van de bedrijfsvoering. Geen optie voor later; een voorwaarde.
Begin juni 2026 viel KesselsKramer om. Het Amsterdamse reclamebureau achter "I amsterdam" en het roemruchte Hans Brinker Budget Hotel, dertig jaar oud en ooit het lievelingskind van de internationale reclamewereld, werd failliet verklaard nadat drie grote opdrachten kort na elkaar wegvielen (NL Times; RTL Nieuws, 2026).

Een jaar eerder, in oktober 2025, ging Woedend! na een kwart eeuw dicht; uitgestelde projecten, gemiste pitches en oplopende freelancekosten gaven de doorslag (Adformatie, 2025). En in maart 2025 sprak de rechtbank Amsterdam het faillissement uit over BSUR, het eigenzinnige bureau achter onder meer MINI, na dertig jaar; corona kostte het in één klap tachtig procent van de omzet (Adformatie; Mediamax, 2025). En het rijtje is, helaas, langer dan deze drie. In januari 2026 vroeg Food Cabinet, het Amsterdamse B Corp-bureau dat dertien jaar lang campagnes maakte voor gezond en duurzaam eten, zijn eigen faillissement aan (Adformatie, 2026). Dat het zelfs een bureau met een uitgesproken missie overkomt, maakt het patroon eerder scherper dan zachter.
En KesselsKramer, Woedend! en BSUR staan niet alleen; lang niet elk bureau ging met zo'n klap tegen de vlakte. Een groot deel van de oude garde gleed juist weg met een zucht. StrawberryFrog, in 1999 in Amsterdam opgericht als luis in de pels van de logge netwerkbureaus, sloot zijn geboortekantoor vrijwel geruisloos en leeft verder als een adres in New York (Campaign). En 180 Amsterdam, twaalf jaar lang het creatieve hart achter Adidas, werd door Omnicom ingelijfd, raakte daarna het Adidas-account kwijt en kwijnt sindsdien voort als schakel in een netwerk (Campaign Asia).
Internationaal gaat het al even stilletjes. J. Walter Thompson, de oudste naam in de reclame, werd in 2023 als merknaam geschrapt en ging op in wat nu VML heet; ook Young & Rubicam (1923) onderging dat lot (Ad Age, 2023). En Crispin Porter + Bogusky, ooit bijna duizend man sterk, kromp tot een veertigtal medewerkers en twee klanten. "Time just passed them by," zei een insider tegen Ad Age (Adpulp, 2023). Een opvallend milde manier om een valpartij te beschrijven.
Er zijn dus twee manieren om te verdwijnen: met een klap of met een zucht, op het sterfbed of in het museum. Wie alleen rouwt om de mooie namen, mist het grotere verhaal. Dit zijn geen ongelukken. Het is een branche die de rekening krijgt voor een denkfout die ze dertig jaar lang heeft gekoesterd.
Niet één bureau, maar een patroon
De cijfers laten weinig ruimte voor twijfel. Wereldwijd groeiden de advertentiebestedingen in 2025 met 8,6 procent, terwijl de omzet van de grote bureaunetwerken juist met 1,2 procent kromp (eMarketer, 2026). Er gaat dus méér geld naar reclame, en tegelijk verdienen de klassieke bureaus minder. En het is geen Amsterdams toeval: het aantal reclamebureaus in Nederland daalde van ruim 28.000 in 2014 naar zo'n 25.360 in 2023, met in één enkel jaar bijna duizend bureaus die de deur sloten (Emerce/BoldData). Het geld stroomt ergens anders heen. De vraag is waarheen, en waarom.
De denkfout: de wetmatigheid verwarren met de zendlogica
Hier wordt het interessant, en oncomfortabel. Het populaire verhaal luidt: massacommunicatie is dood, de tv-commercial is een fossiel, bereik is passé. Dat klopt niet. De marketingwetenschap van het Ehrenberg-Bass Institute, samengevat in het werk van Byron Sharp, laat al jaren zien dat merken vooral groeien door mentale en fysieke beschikbaarheid; door snel herkend te worden en makkelijk verkrijgbaar te zijn. Bereik en penetratie doen het werk, loyaliteitstrucs zijn zwaar overschat (Sharp, How Brands Grow; Ad Age, 2025). De SWOCC Selectie over merkgroei bevestigt dit voor de Nederlandse praktijk: een merk groeit vooral doordat meer mensen het sneller herkennen en het makkelijker kunnen kopen (SWOCC, 2023).
De fout van de oude garde zat dus niet in het geloof in bereik, en ook niet in het kanaal. De meeste bureaus ruilden de tv-spot allang in voor social, online video en influencers. De fout zat dieper: ze namen de zendlogica van de tv-spot mee naar kanalen die er nooit voor gemaakt zijn. De tv-commercial was nooit de wet; hij was de bezorgdienst. En strategen bleven die bezorgdienst nabootsen, ook online, toen het publiek allang met elkaar in gesprek was. Een video op social wordt nog te vaak gemaakt als een ingekorte tv-spot: zenden in plaats van meepraten. Dat is geen stijlkwestie, dat is een categoriefout.
Deze categoriefout is de kern, maar zelden de directe doodsoorzaak. Ze maakte bureaus kwetsbaar; fataal werd het pas toen er op drie fronten tegelijk iets fundamenteels veranderde: de kijker, de opdrachtgever en het verdienmodel. Hieronder die drie krachten op een rij, en daarna de versneller die alles in een stroomversnelling bracht.
De kijker is verhuisd, het bureau bleef staan
Jongeren kijken niet meer vanzelfsprekend lineair; on-demand en online video vormen het grootste deel van hun kijktijd, en nieuws halen ze vooral via Instagram (65 procent), TikTok (40 procent) en YouTube (38 procent) (Nederlands Jeugdinstituut, 2024). Let wel: lineaire tv is niet dood. Het aandeel jongeren dat denkt over drie jaar gestopt te zijn, daalde juist van 50 naar 40 procent (Marketingfacts, 2025). De werkelijkheid is, zoals altijd, rommeliger dan het sterfbericht.
Die rommeligheid is precies het punt. De aandacht is niet verdwenen, ze is versplinterd over interactieve, horizontale, door mensen onderling gedreven kanalen. Vertrouwen wordt verdiend in communities en bij mensen die op elkaar lijken, niet via een monoloog vanuit een grachtenpand. De wet van beschikbaarheid geldt nog steeds. Alleen moet je haar nu verdienen in duizend kleine, persoonlijke momenten in plaats van in één groot reclameblok. Dat is moeilijker, en menselijker.
De opdrachtgever zit zelf aan de knoppen
Ondertussen is de opdrachtgever ook veranderd. In 2023 had 82 procent van de marketeers een eigen in-house bureau, tegen 78 procent in 2018, 58 procent in 2013 en 42 procent in 2008 (ANA, 2023). Zeventig procent van de merken heeft inmiddels strategische capaciteit in eigen huis (WFA & Observatory International, 2023). De dagelijkse content en de snelle acties doen opdrachtgevers zelf. Het vaste maandcontract, waarbij een bureau jarenlang een vertrouwde partner was, is grotendeels verdwenen.
De pitch als sluipmoordenaar
Wat overblijft is een doolhof van losse projecten, en dus van pitches. Bureaus investeren keer op keer onbetaalde uren in een voorstel voor een kleine campagne, zonder commitment vooraf. Vallen er drie opdrachten tegelijk weg, dan klapt de cashflow. Het is geen toeval dat zowel KesselsKramer als Woedend! struikelden over precies dat: wegvallende opdrachten en pitchkosten. Veelzeggend detail: Johan Kramer, medeoprichter van KesselsKramer, weigerde in 2023 al publiekelijk onbetaalde pitches en pleitte voor een eerlijke pitchvergoeding (Johan Kramer op LinkedIn, 2023). Hij zag de bui hangen. Het hielp niet.
Onderzoek van SWOCC wijst dezelfde kant op. Daan Muntinga PhD laat zien dat de bureauwereld sterk versplinterd is en dat technologie zoals AI voor misverstanden zorgt tussen opdrachtgever en bureau; wat merken sterk maakt, is juist een goed onderhouden, duurzame samenwerking in plaats van een eindeloze reeks losse pitches (SWOCC, 2025).
AI maakt het maken bijna gratis
En dan komt de grote versneller. Generatieve AI drukt de kosten van productie richting nul. McKinsey schat dat AI de marketingproductiviteit met 5 tot 15 procent van de totale marketinguitgaven kan verhogen, zo'n 463 miljard dollar per jaar (Forbes/McKinsey, 2024). Een tv-spot die vroeger weken kostte en tonnen, maakt een maker nu in dagen voor een paar duizend dollar; de campagne van Kalshi voor de NBA Finals werd met Google Veo 3 voor ongeveer 2.000 dollar gemaakt. WPP-topman Mark Read noemde AI een ontwikkeling die "ons vak volledig op zijn kop zal zetten" (CNBC, 2025), en de Wall Street Journal verwacht dat AI in 2030 zo'n 80 procent van het digitale media-inkopen aanstuurt (WSJ, 2025).
De conclusie is hard maar simpel. Het maken van de uiting, copy, beeld, montage, is een commodity geworden. De waarde verschuift naar wat AI niet kan: begrijpen hoe mensen voelen, kiezen en zich gedragen, en daar een richting voor een organisatie uit destilleren. SWOCC trekt dezelfde grens. Generatieve AI levert in minuten conceptvarianten en predictive AI voorspelt zelfs welke ideeën volgens historische patronen kansrijk zijn; het oorspronkelijke idee en de menselijke keuze komen echter niet uit een prompt (SWOCC).
De nieuwe spelregels voor reclamebureaus
Wat betekent dat voor wie wél wil blijven bestaan? Begin bij één uitgangspunt: het gedrag van mensen ís het merk. Wat mensen door jouw toedoen anders gaan voelen, zeggen en doen, dáár zit de waarde.
- Verkoop verandering die je kunt zien in gedrag, geen campagnes. Een merk wordt niet gebouwd door te vertellen wie je bent, maar door te laten zien wat mensen anders gaan doen, zeggen en kiezen. Dat is werk in de kern van de organisatie: purpose die concreet is, cultuur en identiteit. Lange trajecten, geen losse flodders. SWOCC laat zien dat purpose alleen overtuigt als die concreet en eerlijk is, ver weg van de vrijblijvende belofte (Overmars & Kouwen, Purpose Oriëntatie, SWOCC, 2024).
- Reken op waarde, niet op uren. Het uurtje-factuurtje straft juist het denkwerk dat nu het meeste waard is. Verkoop het effect, het eigendom van een idee en een langdurig partnerschap.
- Klein en dicht op de beslisser. Geen dikke accountlagen, maar compacte teams die rechtstreeks aan tafel zitten bij wie de knopen doorhakt.
- Bouw op de menselijke drijfveren onder gedrag. Wie weet wat mensen werkelijk beweegt, zoals de 24 drijfveren waar 23plusone op rust, ontwerpt merken die mensen voelen in plaats van alleen zien.
Drie scenario's voor de toekomst van het reclamebureau
Niemand kent de uitkomst, maar de richting laat zich wel verkennen. Als het maken bijna gratis wordt en de waarde verschuift naar betekenis, splitst het vak zich grofweg in drie richtingen. Zie ze als drie scherpe uitersten om je eigen positie tegen af te zetten. SWOCC schetst in zijn trendonderzoek 2025, Het merk als kompas in tijden van paradoxale spanningen, zes fundamentele merkdilemma's voor de komende jaren; de drie scenario's hieronder zijn de strategische antwoorden die uit die spanningen volgen (SWOCC, 2025).
1. De algoritmische contentfabriek. Grote, tech-gedreven spelers die data en AI combineren tot hyper-persoonlijke campagnes op enorme schaal en tegen lage kosten. Hier is creativiteit een statistische variabele en draait alles om volume en optimalisatie.
2. De strategische cultuurbouwers. Bureaus die meedenken op het hoogste niveau: organisaties helpen hun purpose scherp te krijgen en hun interne cultuur in lijn te brengen met hun externe merk. Dit werk is empathisch en menselijk, en juist daarom niet te automatiseren. Relaties zijn er voor de lange termijn, gebouwd op vertrouwen in plaats van op de volgende pitch. Het is de strategische route die wij bij BR-ND People bewust kiezen.
3. Het vloeibare collectief. Het einde van het bureau met vijftig man op de loonlijst en een duur pand. In plaats daarvan netwerken van scherpe specialisten die per vraagstuk samenkomen. Maximale wendbaarheid, minimale overhead.
De waarheid wordt waarschijnlijk een mengvorm. De fabriek en het collectief vechten om de uitvoering; de cultuurbouwers houden de relatie en de richting vast.
Welk scenario ook wint, één voorwaarde geldt onvoorwaardelijk voor alle drie. AI en agentic werken horen in het hart van de bedrijfsvoering, niet als los innovatielab of handige tool voor de creatieven aan de zijlijn. De workflows, het projectmanagement, de analyses, de strategie en de dagelijkse beslissingen draaien straks om slim ingezette modellen en zelfstandig opererende agents die het routinewerk overnemen en de mens vrijspelen voor oordeel en richting. Een bureau dat AI alleen gebruikt om sneller beeld te maken, mist het punt; een bureau dat zijn hele operatie eromheen ontwerpt, houdt marge en snelheid over waar anderen die verliezen. Dat is geen keuze voor later; het is de harde voorwaarde om over vijf jaar überhaupt nog een bureau te kunnen runnen.
En nu?
De teloorgang van het grote thematische bureau is eerder een opruiming dan een drama. Wie blijft geloven dat een merk gebouwd wordt vanuit een reclameblok, en blijft rennen in de tredmolen van onbetaalde pitches, redt het niet. Wie begrijpt dat een sterk merk van binnenuit ontstaat, uit het gedrag van de mensen die het dragen, heeft de wind mee.
De vraag is niet of jouw bureau de oude campagne overleeft. De vraag is wat je gaat doen nu het maken gratis is geworden, en alleen de betekenis nog telt.
Bronnen
- Byron Sharp, How Brands Grow (Ehrenberg-Bass Institute); Ad Age (2025), Why reach matters more than loyalty.
- Johan Kramer op LinkedIn (2023), over onbetaalde pitches.
- Adformatie & Mediamax (2025), over het faillissement van BSUR; Campaign, StrawberryFrog shuts Amsterdam office; Campaign Asia, Adidas moves global ad account from 180 Amsterdam to Sid Lee.
- Emerce & BoldData (2024), over de afname van het aantal reclamebureaus in Nederland.
- Esther Overmars & Amber Kouwen (SWOCC #89, 2024), Purpose Oriëntatie; SWOCC, Waarom komt echte creativiteit nooit uit een prompt?; SWOCC Selectie (2023) over merkgroei.